Home > Teksten & Kanttekeningen > Balders dood en wedergeboorte

Balders dood en wedergeboorte

Vele honderden jaren geleden aanbaden de Germanen vele Goden. Hun Oppergod noemden zij Odin. In vele streken werd hij ook Alvader of Wodan genoemd. Hij was getrouwd met Frigga. Samen hadden zij vele kinderen. Bij hun kinderen was ook een tweeling, twee zonen, Balder en Hodur.
De tweelingbroers leken helemaal niet op elkaar. Hodur was blind. Hij was de God van de Duisternis. Somber, zwijgend en donker ging hij door het leven. Balder daarentegen was de God van het Licht en de Warmte. Hij was steeds vrolijk en zuiver. Hij bracht Licht in het hart van de mensen en de Goden. Hij maakte allen gelukkig en blij. Alles op aarde groeide en bloeide door zijn Licht en warmte. Zonder hem zou er geen leven mogelijk geweest zijn.
Alle Goden waren gewoon Balder steeds opgewekt te zien. Daarom schrokken ze hevig toen Balder op zekere dag treurig en terneergeslagen rondliep. Balder vertelde hun dat hij akelige dromen had gehad en zich ook overdag niet gerust kon voelen. Geschrokken en bang voor naderend onheil stuurde Frigga haar dienaressen rond over de gehele aarde. Zij liet alle levende wezens en alle dingen zweren Balder geen kwaad te doen. En alles, mensen, planten dieren, metalen en stenen beloofden dit. Hierdoor gerust gesteld en weer blij planden de Goden een groot feest ter ere van Balder. Na het feest gingen de Goden hun krachten meten op het Idaveld. Ze hielden grote wedstrijden in schijfwerpen en nog vele andere behendigheidsspelen. Toen dit hun begon te vervelen, vonden zij een nieuw spel uit, gebaseerd op Balders onkwetsbaarheid. Zij richtten hun pijlen op Balders borst maar alle pijlen weken voor hem weg. Hoe nauwkeurig de Goden ook mikten, de voorwerpen die gezworen hadden Balder geen kwaad te doen, hielden woord. Ze vlogen over zijn hoofd, suisden langs zijn lichaam maar raken deden zij hem niet. De Goden lachten en hadden veel plezier. Frigga, die thuis was, hoorde het gelach en vroeg aan een oud vrouwtje dat juist voorbij kwam wat dit gelach te betekenen had. Het oude vrouwtje vertelde dit. Frigga lachte gelukkig en zei : “Niets zal Balder deren, want alle dingen hebben hem lief. Alleen het kleine maretakje, slechts een klein twijgje dat groeit nabij de eik bij de hemelpoort, zijn we vergeten. Maar het is werkelijk te klein en te teer om Balder te kwetsen.” Het oude vrouwtje hinkte weg tot zij uit het zicht van Frigga verdwenen was. Daar wierp zij haar mantel weg. haar gebogen gestalte rechtte zich en in de plaats van een oud vrouwtje stond daar Loki, de God van het Slechte en het Kwade, lenig en sluw. Hij lachte want hij wist nu hoe hij Balder kon treffen. Snel ging hij naar het kleine maretakje. Door zijn toverkunst werd deze groot en sterk. De maretak groeide tot een scherpe pijl. Toen ging Loki naar het Idavald. Hij zag er Hodur staan. Hodur kon met de Goden niet meespelen omdat hij blind was. Hij stond daar droef en stil aan de kant. “Ik zal je helpen”, sprak de boze Loki, “Hier, neem deze pijl. Ik zal jouw hand vasthouden om te schieten.”  Loki leidde Hodur tot bij de anderen. Hij richtte de hand van de blinde God. Hodur spande de stramme pees van zijn boog en schoot de pijl van maretak naar zijn tweelingbroer. De schacht snorde door de lucht. Ditmaal was er geen luid gelach bij de Goden. Zij schreeuwden verschrikt. De pijl had balder geraakt. Angstig verzamelden zij zich rond de gevallen Balder. Nog éénmaal opende Balder zijn ogen en schonk vergiffenis aan zijn blinde broer. Toen stierf hij …
Niemand, zelfs Alvader Odin niet, kon de God van het Licht terug roepen. Toen was er grote droefheid bij de Goden en bij de mensen. Het Licht en de Warmte waren weg. Elke dag kregen de zon en de maan minder kracht. De dagen werden korter. Niets zou nog kunnen groeien. Het werd overal duister en koud. Toen de aarde helemaal koud was en heel de natuur gestorven lag , gingen de mensen allen op zoek naar Licht. Zij konden het niet vinden omdat Balder dood was. Na lang zoeken vonden zij aan de rand van het woud een groepje dennenbomen met daar middenin een eik, zeer oud en helemaal hol. Binnen in de holle boom bevond er zich een klein lichtje, het laatste overgebleven op aarde. Bij dat lichtje zat een mooie jonge vrouw met een kindje op haar schoot. De mooie vrouw was moeder Frigga en het kleine kindje was de wedergeboren Balder. De mensen die het kindje hadden gevonden, gingen het al vlug vertellen. Alle mensen en dieren kwamen uit hun huizen, uit het woud en uit de velden om het wedergeboren Licht te zien. Alvader Odin was hen niet vergeten en zond weer leven naar de aarde. Zijn Zoon werd weer geboren. Er zou weer Licht en Warmte k3omen op aarde. De mensen waren zo blij dat zij appels en noten aan de dennenbomen hingen. Ook Frigga versierde de bomen rond het kind met haar lange blonde haren. De haren hingen als witte lichte doorschijnende slierten in dennen. En zijn gaf de mensen al een beetje van het vuur mee om er hun huizen mee te verwarmen.
Elk jaar als het Licht gestorven en de aarde koud en dood is, halen de mensen dennenbomen in huis, versierd met noten en appels en de lange haren van Frigga. Zij bewaren het laatste vuur in de haard. Wanneer de dagen gaan lengen, houden zij een groot feest, het Joelfeest. Zij scharen zich rond het vuur en verheugen zich over de heropstanding.
Later liet men de geboorte van Christus samengaan met de geboorte van Balder. Balder en Christus brachten het Licht op aarde en Liefde onder de mensen.

About these ads
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: